Risico’s bij het baggeren van rivieren in North Carolina, waarbij ‘Forever Chemicals’ vrijkomen

22
Risico’s bij het baggeren van rivieren in North Carolina, waarbij ‘Forever Chemicals’ vrijkomen

Een voorgesteld baggerproject ter waarde van 1,3 miljard dollar door het US Army Corps of Engineers aan de Cape Fear River in North Carolina heeft tot controverse geleid vanwege zorgen over mogelijk het vrijkomen van schadelijke “forever chemicaliën” – PFAS – in het ecosysteem. Hoewel het project bedoeld is om het rivierkanaal voor grotere schepen te verdiepen, beweren critici dat het project verontreinigde sedimenten zou kunnen verstoren, de bestaande vervuiling zou verergeren en lokale gemeenschappen zou kunnen schaden.

Het PFAS-probleem bij Cape Fear

Het stroomgebied van de Cape Fear River kampt al jaren met PFAS-verontreiniging, afkomstig van industriële lozingen, met name van Chemours, een spin-off van DuPont. Deze stoffen, bekend om hun persistentie in het milieu en mogelijke gevolgen voor de gezondheid, hebben al gevolgen gehad voor drinkwater, wilde dieren (waaronder alligators die zijn getest door lokale rivierwachters) en lokale gemeenschappen. De regio fungeert als centraal punt voor onderzoek en regelgeving rond deze gevaarlijke chemicaliën.

Baggeren als katalysator voor verontreiniging

Het plan van het legerkorps omvat het afgraven van 35 miljoen kubieke meter grond en zand om de rivierbedding te verdiepen en plaats te bieden aan grotere post-Panamax-schepen. Tegenstanders beweren dat dit proces de met PFAS beladen sedimenten kan ontregelen, waardoor ze in de waterkolom terecht kunnen komen en de vervuiling verder kan verspreiden. Een verhoogd zoutgehalte uit diepere kanalen zou PFAS ook kunnen mobiliseren, waardoor ze beter biologisch beschikbaar worden en een groter blootstellingsrisico met zich meebrengen. Het project is tijdelijk stopgezet vanwege de groeiende zorgen op gemeenschaps- en staatsniveau.

Economische versus ecologische afwegingen

De havenautoriteit verdedigt het baggeren als cruciaal voor het economisch concurrentievermogen, daarbij verwijzend naar de noodzaak om diepere havens aan te sluiten in buurstaten als South Carolina en Georgia. Zonder deze verbeteringen zouden de verzendkosten kunnen stijgen, met gevolgen voor de maritieme economie van North Carolina, die 14,8 miljard dollar waard is. Critici wijzen er echter op dat gemeenschappen met lage inkomens en minderheden die afhankelijk zijn van de rivier voor hun eigen visserij de dupe zouden kunnen worden van de toegenomen blootstelling aan PFAS.

Hiaten in de regelgeving en PFAS-tests

Het ontbreken van verplichte PFAS-sedimenttests door het korps is een belangrijk twistpunt. Milieuactivisten en wetenschappers betogen dat, gezien de geschiedenis van de regio, testen een voorwaarde moeten zijn voor elke baggeractiviteit. Andere staten, zoals Michigan, zijn begonnen met het implementeren van PFAS-sedimenttests voor baggerprojecten, maar de federale regelgeving blijft beperkt en heeft slechts betrekking op een fractie van de naar schatting 15.000 PFAS-chemicaliën.

Het grotere plaatje: landelijke baggerpraktijken

De zaak Cape Fear benadrukt een bredere blinde vlek op regelgevingsgebied in de nationale baggeroperaties van het Legerkorps. Het agentschap verplaatst jaarlijks ongeveer 240 miljoen kubieke meter materiaal met een budget van 1,8 miljard dollar, maar toch ontbreken PFAS-overwegingen grotendeels in zijn missie om waterwegen en havens te onderhouden. Deze omissie roept vragen op over de langetermijngevolgen voor het milieu en de volksgezondheid van grootschalige baggerprojecten.

De zich ontwikkelende situatie op de Cape Fear River onderstreept de dringende behoefte aan uitgebreide PFAS-tests en regelgeving bij baggerwerkzaamheden. Zonder dit risico dreigt het streven naar economische efficiëntie een toch al ernstige milieu- en volksgezondheidscrisis te verergeren.