Een recente analyse beoordeelt staten op basis van de kracht van hun wetten die het gebruik van mobiele telefoons op scholen beperken, waarbij aanzienlijke verschillen in effectiviteit worden aangetroffen. De ‘Phone-Free Schools State Report Card’ kent cijfers toe van A tot F, waarbij alleen North Dakota en Rhode Island de hoogste cijfers behalen vanwege hun strikte, bel-tot-belverbod, waarbij apparaten de hele schooldag buiten bereik moeten worden bewaard.
Waarom dit belangrijk is: De stijging van de wetgeving op staatsniveau weerspiegelt de groeiende bezorgdheid over de impact van smartphonegebruik op het leerproces van studenten, de geestelijke gezondheid en het behoud van leraren. Eind vorige maand hadden 40 staten een vorm van telefoonvrije wetgeving, maar het rapport benadrukt dat het simpelweg hebben van een wet niet voldoende is. De kwaliteit van de handhaving en de reikwijdte van het verbod zijn kritische factoren.
Van lakse regels tot strikte verboden
De rapportkaart, samengesteld door het Institute for Families and Technology, Smartphone Free Childhood US, de Becca Schmill Foundation en The Anxious Generation, volgt de evolutie van deze wetten. Aanvankelijk voerden veel staten beperkte verboden in, waarbij het telefoongebruik alleen tijdens de instructietijd werd beperkt, terwijl toegang tijdens pauzes werd toegestaan. Zeventien staten, waaronder Florida, Louisiana en Indiana, hebben sindsdien echter hun beleid aangescherpt om te eisen dat telefoons de hele dag onbereikbaar zijn.
De meeste staten (17 plus het District of Columbia) kregen een “B”-cijfer voor het implementeren van ‘bell-to-bell’-mandaten. De auteurs van de rapportkaarten beweren dat uitgebreide verboden effectiever zijn, omdat uit onderzoek blijkt dat de verslavende aard van smartphones het voor studenten (en volwassenen) moeilijk maakt om meldingen te negeren. Het rapport citeert ook gegevens waaruit blijkt dat het behoud van leraren verbetert als telefoons niet toegankelijk zijn, waardoor verstoringen in de klas en disciplinaire problemen worden verminderd.
Zorgen van leerlingen en ouders: veiligheid versus controle
Het rapport erkent dat de publieke opinie gemengd is. Uit gegevens van het Pew Research Center blijkt dat 41% van de studenten voorstander is van een verbod alleen tijdens de les, terwijl slechts 17% voorstander is van een beperking voor de hele dag. Ouders uiten hun bezorgdheid over de veiligheid en zijn bang voor beperkt contact in noodsituaties zoals schietpartijen op scholen. De National Association of School Resource Officers beweert echter dat telefoons tijdens dergelijke evenementen het gevaar daadwerkelijk kunnen vergroten door schutters te waarschuwen, studenten af te leiden of de wetshandhaving te belemmeren.
De rapportkaart bestraft staten niet voor het maken van uitzonderingen voor studenten met IEP’s of 504-plannen. Het waarschuwt echter voor mazen in de wet die ‘educatief’ telefoongebruik mogelijk maken, wat de effectiviteit van het beleid zou kunnen ondermijnen.
De volgende stap: alle schermtijd elimineren?
De beweging om technologie op scholen te beperken breidt zich verder uit dan alleen persoonlijke apparaten. Het Distraction-Free Schools Policy Project pleit voor wetgeving inzake ‘veilige schooltechnologie’, die schermen op basisscholen volledig zou elimineren, de toegang tot thuisgebruik voor middelbare scholieren zou beperken en generatieve AI-tools in alle klassen zou verbieden.
De auteurs van de rapportkaarten zijn van mening dat deze bredere maatregelen noodzakelijk zijn, omdat studenten nog steeds toegang hebben tot afleiding via door het district uitgegeven laptops en andere apparaten. Het elimineren van persoonlijke telefoons wordt gezien als de eerste stap naar een meer gerichte leeromgeving.
Conclusie: Het nieuwe rapport legt aanzienlijke verschillen bloot in de inspanningen op staatsniveau om het smartphonegebruik op scholen terug te dringen. Hoewel veel staten actie hebben ondernomen, hangt de effectiviteit van dat beleid af van strikte handhaving, alomvattende verboden en de bereidheid om afleidingen aan te pakken die verder gaan dan persoonlijke middelen. Het debat over veiligheid, controle en ontwrichting van het onderwijs zal waarschijnlijk intensiveren naarmate deze beweging aan kracht wint.
