Psychiatrie gaat de ‘bijbel’ van de geestelijke gezondheidszorg vernieuwen, waarbij de focus wordt verlegd naar biologische kenmerken

7

De fundamentele referentiegids van de psychiatrie voor psychische aandoeningen, de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM), staat op het punt een grondige herziening te ondergaan. De DSM, lang beschouwd als de ‘bijbel’ van het vakgebied, catalogiseert momenteel bijna 300 verschillende aandoeningen, maar wordt geconfronteerd met voortdurende kritiek vanwege het gebrek aan wetenschappelijke nauwkeurigheid.

De American Psychiatric Association (APA) heeft plannen aangekondigd om de DSM-aanpak van diagnose te herstructureren, waarbij prioriteit wordt gegeven aan wat zij ‘objectieve ziektemetingen’ noemt, namelijk biomarkers die op psychische aandoeningen kunnen wijzen. Deze stap duidt op een fundamentele verschuiving in de manier waarop geestelijke gezondheid wordt gedefinieerd en behandeld.

De noodzaak van verandering: een systeem onder de loep

Decennia lang is de DSM controversieel geweest. Critici beweren dat de categorieën van psychische aandoeningen niet gebaseerd zijn op solide wetenschappelijk bewijs. In plaats daarvan werden ze oorspronkelijk bepaald door de manier waarop de symptomen zich leken te clusteren bij patiënten – een methode die zich niet consequent heeft vertaald in biologische bevindingen. Het huidige systeem dwingt artsen om specifieke diagnoses toe te kennen, zoals ‘depressieve stoornis’ of ‘bipolaire I’, wat vaak nodig is voor de facturering, maar de ervaring van een patiënt mogelijk niet altijd accuraat weerspiegelt.

Het probleem is niet alleen academisch. Artsen voelen zich vaak onder druk gezet om definitieve diagnoses te stellen, zelfs als er onzekerheid bestaat – een situatie die niet helpt voor patiënten. De APA erkent deze tekortkoming en heeft tot doel meer genuanceerde, variabele diagnoseniveaus te introduceren.

De toekomstige DSM: een op spectrum gebaseerde aanpak?

De voorgestelde veranderingen zouden artsen in staat stellen diagnoses te stellen die variëren van zeer specifiek tot breed beschrijvend, waarbij contextuele factoren (sociaal-economische status, medische geschiedenis, kwaliteit van leven) naast biologische gegevens (genetica, potentiële biomarkers) worden opgenomen. De commissie die deze inspanning leidt, stelt zelfs voor om de naam van de DSM te hernoemen om de wetenschappelijke ambities ervan te benadrukken.

De opname van biomarkers blijft echter het meest controversiële aspect. Terwijl het onderzoek naar biomarkers voor psychische aandoeningen aan de gang is, bestaan ​​er momenteel geen betrouwbare biologische handtekeningen voor de meeste aandoeningen. Desondanks streeft de APA ernaar om de DSM aanpasbaar te maken om biomarkers op te nemen als deze beschikbaar komen.

Scepsis en wetenschappelijke twijfels

Sommige deskundigen betwijfelen of deze herziening de fundamentele problemen zal oplossen. Psycholoog Ashley Watts merkt op dat het nieuwe model mogelijk geen significante praktische verbeteringen biedt, terwijl voormalig directeur van het National Institute of Mental Health, Steve Hyman, gelooft dat betrouwbare biomarkers voor psychische aandoeningen wellicht nooit zullen worden gevonden.

Het onderliggende probleem is dat de categorieën van de DSM mogelijk niet nauwkeurig weergeven hoe psychische aandoeningen werken. In plaats van duidelijke grenzen stellen veel experts een spectrumgebaseerd model voor – waarbij kenmerken van de geestelijke gezondheid voortdurend variëren in plaats van in rigide diagnostische kaders te passen.

Deze benadering, hoewel theoretisch verantwoord, stuit op praktische hindernissen. Zelfs voorstanders van het dimensionale alternatief, zoals Watts, erkennen implementatieproblemen in klinische situaties in de echte wereld. De bestaande categorieën van de DSM kunnen ook onderzoek belemmeren door verbanden tussen omstandigheden te verdoezelen. Studies die zich baseren op DSM-criteria voor schizofrenie kunnen bijvoorbeeld cruciale verbanden met een bipolaire stoornis over het hoofd zien.

Uiteindelijk vertegenwoordigen de veranderingen van de APA een gedurfde poging om de classificatie van de geestelijke gezondheidszorg te moderniseren. Of het erin slaagt de kloof tussen subjectieve symptomen en objectieve biologie te overbruggen, valt nog te bezien.

Попередня статтяDe vliegende paraplu: wanneer vindingrijkheid en ongeloofwaardigheid samenkomen